Tunesië heeft niet één klimaat maar meerdere. Het noorden is mediterraan, met zachte, natte winters en warme, droge zomers. Naar het zuiden toe wordt het steeds droger, tot je in de echte woestijngebieden komt. Doordat het land compact is, kun je die verschillen op één reis ervaren.
De kust
Langs de kust is het klimaat aangenaam mediterraan. De zomers (ongeveer juni tot september) zijn warm en zonnig, met temperaturen die meestal rond de 30 graden liggen en een verkoelende zeewind. De winters zijn zacht: overdag vaak een graad of vijftien tot achttien, met af en toe regen. De zee houdt de warmte lang vast, waardoor het tot in oktober prettig zwemmen blijft.
Het binnenland en de Sahel
Iets landinwaarts, in de Sahel en op de hoogvlakten, zijn de verschillen tussen dag en nacht en tussen de seizoenen groter. De zomers zijn er heter en droger dan aan de kust, de winters frisser. Regen valt vooral in het noorden en in het winterhalfjaar.
Het zuiden en de woestijn
In het zuiden heerst een woestijnklimaat. De zomers zijn er bloedheet, met temperaturen die ruim boven de veertig graden kunnen uitkomen, terwijl het ’s nachts juist sterk afkoelt. In de winter zijn de dagen aangenaam, maar de nachten kunnen koud zijn, zeker in de open woestijn. Regen is er zeldzaam. Meer over reizen in dit gebied lees je bij woestijn en Sahara.
Per seizoen
- Lente (maart tot mei): aangenaam in het hele land, ideaal voor steden en de woestijn.
- Zomer (juni tot september): warm tot heet; topseizoen aan de kust, te heet voor de woestijn.
- Herfst (oktober tot november): nog warm, de zee is nog op temperatuur, en rustiger dan de zomer.
- Winter (december tot februari): mild aan de kust, fris in het binnenland, koud in de woestijnnachten.
Welke periode het beste bij jouw plannen past, lees je bij de beste reistijd.



