Woestijn en Sahara

Zoutvlakten, palmoases en duinen: het zuiden van Tunesië aan de rand van de grootste woestijn ter wereld.

Het zuiden van Tunesië hoort tot de aantrekkelijkste delen van het land. Hier loopt de vruchtbare kust over in steppe en uiteindelijk in de Sahara, met palmoases, een enorme zoutvlakte, bergdorpen en de eerste echte duinen. Veel reizigers combineren een strandverblijf aan de kust met een korte rondreis door dit gebied; juist het contrast maakt het bijzonder.

De oases: Tozeur en Nefta

Tozeur is de bekendste oasestad van het zuidwesten, met een uitgestrekte palmentuin en een oude medina van okerkleurige baksteen in geometrische patronen. Het nabijgelegen Nefta is een tweede grote oase. Vanuit beide steden bezoek je de palmtuinen, waar dadelpalmen schaduw geven aan fruitbomen en moestuinen eronder, een eeuwenoud systeem van bewatering.

De bergoases

Ten noordwesten van Tozeur, tegen de Algerijnse grens, liggen de bergoases Chebika, Tamerza en Mides. Hier ontspringen bronnen tussen kale rotsen, met kleine watervallen en palmen in nauwe kloven. Het is een landschap van scherpe contrasten: dorre bergen en plotseling groen.

Chott el Djerid

Tussen Tozeur en het oosten ligt Chott el Djerid, de grootste zoutvlakte van de Sahara. In de zomer is het meer grotendeels droog, met een knisperende zoutkorst die tot aan de horizon reikt en waar bij hitte luchtspiegelingen ontstaan. De weg die er dwars doorheen loopt, is een belevenis op zich.

Duinen en woestijntochten

Het stadje Douz geldt als de poort naar de Sahara: hier beginnen de echte duinen. Je kunt er een korte kameelrit maken of met een terreinwagen dieper de woestijn in. Elk jaar is er bovendien het woestijnfestival van Douz, met onder meer kamelenraces. Wie zoiets onderneemt, doet dat het best met een lokale gids.

Bergdorpen en ksour

Dichter bij de kust, rond Matmata, wonen mensen van oudsher in ondergrondse woningen die in de zachte grond zijn uitgegraven, koel in de zomer en beschut tegen de wind. Verder naar het zuidoosten, rond Tataouine, staan de ksour: versterkte graanschuren met rijen kleine opslagkamers, vaak op verdedigbare heuvels gebouwd.

Wanneer en hoe

De woestijn bezoek je het best in het voor- of najaar; de zomer is er bloedheet en de nachten in de winter kunnen juist koud zijn. Meer hierover lees je bij klimaat en de beste reistijd. Reis je op eigen gelegenheid, kijk dan ook bij autorijden in Tunesië; voor tochten de duinen in is een ervaren gids geen overbodige luxe.

Lees ook