De geschiedenis van Tunesië

Drieduizend jaar op een kruispunt van de Middellandse Zee, van Carthago en Rome tot de eerste islamitische steden.

De ligging van Tunesië, op een steenworp van Sicilië en midden op de Middellandse Zee, heeft het land door de eeuwen heen tot inzet van grote rijken gemaakt. Wie nu door Tunesië reist, ziet de sporen daarvan overal: Punische havens, Romeinse amfitheaters, vroege islamitische steden en koloniale boulevards liggen vaak op een paar kilometer van elkaar. De geschiedenis is hier geen museumstuk maar zit verweven in het landschap en de steden.

Carthago en de Feniciërs

Het begint met de Feniciërs, zeevaarders en handelaren uit het huidige Libanon, die volgens de overlevering rond 814 v.Chr. Carthago stichtten. De stad groeide uit tot een machtig handelsrijk dat een groot deel van de westelijke Middellandse Zee beheerste, met handelsposten tot in Spanje. Die macht botste onvermijdelijk met het opkomende Rome, wat leidde tot de drie Punische Oorlogen. Na de laatste daarvan werd Carthago in 146 v.Chr. door de Romeinen met de grond gelijkgemaakt.

Romeins Tunesië

Rome herbouwde Carthago en maakte van de regio een van de rijkste provincies van het rijk, een graanschuur die een flink deel van Rome voedde. Uit die bloeitijd stammen enkele van de indrukwekkendste resten van het land: het reusachtige amfitheater van El Jem, de opgravingen van Carthago, en goed bewaarde steden als Dougga en Bulla Regia. De rijkdom van die tijd zie je ook terug in de beroemde Romeinse mozaïeken, waarvan een groot deel nu in het Bardomuseum in Tunis te zien is.

De komst van de islam en Kairouan

In de zevende eeuw bereikten Arabische legers Noord-Afrika. In het jaar 670 stichtten zij Kairouan, dat uitgroeide tot een van de belangrijkste religieuze en intellectuele centra van de westelijke islam. De Grote Moskee van de stad geldt nog altijd als een van de oudste en invloedrijkste van Noord-Afrika. Onder opeenvolgende dynastieën, zoals de Aghlabieden, kwamen daarnaast steden als Mahdia en Sousse tot bloei.

Ottomaanse tijd en de Barbarijse kust

Vanaf de zestiende eeuw was de Tunesische kust inzet van de strijd tussen het Spaanse en het Ottomaanse rijk om de heerschappij over de Middellandse Zee. Uiteindelijk kwam Tunesië onder Ottomaans gezag, maar in de praktijk werd het geregeerd door vrijwel zelfstandige heersers, de beys. De havensteden stonden in die eeuwen ook bekend om de kaapvaart, waaraan de kust zijn toenmalige bijnaam “Barbarije” dankte.

Frans protectoraat en onafhankelijkheid

In 1881 werd Tunesië een Frans protectoraat. Die periode liet duidelijke sporen na, van de brede lanen in de Ville Nouvelle van Tunis tot het wijdverbreide gebruik van het Frans. Ze duurde tot 1956, toen het land onder leiding van Habib Bourguiba onafhankelijk werd. Bourguiba moderniseerde Tunesië in hoog tempo en voerde voor die tijd opmerkelijk vooruitstrevende wetten in, onder meer op het gebied van onderwijs en de rechten van vrouwen.

Tunesië nu

In 2011 begon in Tunesië de opstand die bekend werd als de Jasmijnrevolutie, het startsein voor de bredere Arabische Lente in de regio. Sindsdien is het land een republiek die nog volop in ontwikkeling is. Veel van wat je vandaag ziet, van de keuken tot de bouwstijl van de medina’s, is terug te voeren op deze lange en gelaagde geschiedenis, iets wat je verder terugziet in de cultuur van het land.

Lees ook